PESTPROTOCOL

Er is een verschil tussen plagen en pesten. Elk kind plaagt wel eens en elk kind wordt wel eens geplaagd. Als dit plagen structureel gebeurt, dan spreken we van pesten. In dat geval is steeds hetzelfde kind mikpunt van plagerijen, durft dit kind niet meer naar school of krijgt hij/zij lichamelijke klachten.

Zodra wij dit merken of dit van ouders horen, zetten we het pestprotocol in werking. Aangezien pesten vaak plaatsvindt zonder dat wij dit zien, vragen we altijd uw medewerking hierbij. Mocht u als ouder iets opvallen aan uw kind of vertelt uw kind thuis dat het regelmatig gepest wordt, dan horen wij dit graag van u. Alleen dan kunnen we er ook iets aan gaan doen.

 

“No Blame” methode:

Deze methode is afkomstig uit Engeland. Het uitgangspunt is niet schuld en straf, maar verantwoordelijkheid.

Bij de opzet ervan wordt dan ook niet gekeken naar wat er gebeurd is (het pesten), maar wat er moet gebeuren om het betrokken kind zich weer veilig te laten voelen in de groep.

De achterliggende gedachte bij dit protocol is: kinderen zelf verantwoordelijk te maken voor het groepsklimaat. Elk kind wil zich veilig voelen op school, maar is er ook verantwoordelijk voor dat andere kinderen zich veilig voelen.

Op deze manier hopen we kinderen respect bij te brengen voor elkaar en laten we ze voelen dat ze hier zelf ook iets aan kunnen bijdragen.

Hoe werkt het protocol?

Zodra we weten dat een kind gepest wordt, zal in de meeste gevallen de directeur ingeschakeld worden. In overleg met leerkracht en directeur wordt besloten om het pestprotocol te gaan starten. Wie het protocol gaat uitvoeren, directeur of leerkracht, wordt als eerste bepaald.

Vervolgens gaat één van hen praten met het kind dat gepest wordt, om het probleem in kaart te krijgen.

Daarna stelt de leerkracht (of de directeur) een groepje samen, waarin een aantal kinderen zitten, die pesten en een aantal sociaal sterke kinderen. Dit groepje zal uit ongeveer 5 of 6 kinderen bestaan.

De leerkracht of de directie gaat met dit groepje kinderen om de tafel om het probleem te bespreken. De situatie wordt uitgelegd en er wordt gepraat over hoe het gepeste kind zich voelt en hoe anderen zich zouden voelen in zo’n situatie.

Vervolgens krijgt elk kind in het groepje de opdracht om een zin te formuleren, waarin duidelijk wordt hoe hij/zij het gepeste kind kan helpen. Deze zin begint met : “ik neem mij voor om ....” . Deze zin kan bijvoorbeeld als volgt afgemaakt worden “ ...... elke dag goedemorgen te zeggen tegen hem/haar”. Zo neemt elk kind uit het groepje zich iets voor, waarbij zij proberen het gepeste kind weer bij de groep te betrekken en te zorgen dat dit kind zich weer prettig gaat voelen in de klas. Wat elk kind gaat doen wordt door de leerkracht opgeschreven.

Het groepje krijgt ook de opdracht om in de gaten te houden of het kind gepest wordt. Zij krijgen de instructie om hier eventueel wat van te zeggen, of het te melden bij leerkracht/directeur.

Wij geven hierbij altijd aan, dat het een ieders verantwoordelijkheid is dat alle kinderen binnen de groep het naar hun zin moeten hebben op school.

Het tweede gesprek vindt individueel plaats. Elk kind wordt gevraagd hoe het gaat, wat hij/zij gedaan heeft (er wordt teruggegrepen op de voorgenomen actie) en hoe het gepeste kind zich nu zal voelen. Ook met het gepeste kind wordt zo’n gesprek gevoerd om na te gaan of hij/zij zich nu beter voelt in de groep.

Elke week (soms 2x per week) wordt zowel het groepje als het gepeste kind even apart genomen om te bespreken hoe het gaat.

De ervaring leert ons, dat het pesten snel afneemt en dat het kind dat gepest wordt zich snel beter voelt in de groep. Meestal is het probleem binnen enkele weken verholpen. Uiteraard houden we de situatie nog een aantal weken in de gaten om te zien of het gewenste gedrag stand houdt. In de gevallen waarin we deze methode hebben toegepast is dit ook daadwerkelijk zo.